Factcheck biosimilars

Laatste update op 6 nov 2017 om 9u38

Fact?

"Some biosimilars are just as good as some pricey biologics" (….and some are not?).

Bovenstaand 'fact' is de titel van een artikel op de website DrugPatentWatch. De titel suggereert dat sommige biosimilars niet even goed zijn als het originele biologische geneesmiddel. Klopt dat?

 

Check

Niet waar. Alle biosimilars die zijn toegelaten tot de markt zijn gelijkwaardig aan het originele biologische geneesmiddel. De gelijkwaardigheid betreft zowel de chemische structuur, biologische activiteit, effectiviteit, veiligheid als immunogeniciteit. Alleen als een biosimilar gelijkwaardig is op de genoemde punten, kan het op de markt komen. En dus zijn alle biosimilars 'just as good as' het (vaak duurdere) origineel.

 

Wat zijn biosimilars?

Biosimilars zijn nagemaakte versies van biologische geneesmiddelen. Biologische geneesmiddelen zijn geneesmiddelen in de vorm van een eiwit. Een bekend biologisch geneesmiddel is insuline. Andere voorbeelden zijn infliximab bij reumatoïde artritis en trastuzumab bij borstkanker (CBG, 2016).   

Als een patent van een geneesmiddel verloopt, mogen andere fabrikanten hetzelfde geneesmiddel gaan maken. Bij niet-biologische geneesmiddelen (chemische geneesmiddelen) heten de nagemaakte versies generieke geneesmiddelen. Generieke geneesmiddelen zijn identiek aan het oorspronkelijke molecuul. Bij biosimilars is dat niet zo. Biologische geneesmiddelen zijn gemaakt door een levend organisme. Dat is een ingewikkeld proces, waardoor een andere fabrikant geen exacte kopie kan maken. Vanwege kleine verschillen in het eiwitmolecuul heten de nagemaakte versies van biologische geneesmiddelen biosimilars en geen generieke geneesmiddelen (CBG, 2016).

 

Wanneer mag een biosimilar op de markt komen?

Een fabrikant van een biosimilar moet aantonen dat de biosimilar vergelijkbaar is met het originele biologische geneesmiddel wat betreft chemische structuur, biologische activiteit en effectiviteit, veiligheid en immunogeniciteit (vorming van antilichamen). Hiermee toont de fabrikant aan dat kleine verschillen in chemische structuur niet leiden tot verschillen in kwaliteit, effectiviteit en veiligheid. De registratieautoriteit beoordeelt alle onderzoeken van de fabrikant. Pas als de registratieautoriteit concludeert dat de biosimilar op alle punten vergelijkbaar is met het originele middel, mag een biosimilar op de markt komen (EMA, 2017).

Als voorbeeld: een fabrikant van een biosimilar insuline moet gelijkwaardigheid aantonen door middel van onderstaande studies.

  • In vitro-studies moeten aantonen dat receptorbinding en biologische activiteit vergelijkbaar zijn.
  • Farmacokinetiek (PK)-studies moeten aantonen dat het lichaam de biosimilar op dezelfde manier afbreekt en uitscheidt als het origineel. Veelgebruikte parameters hierbij zijn de maximale concentratie (Cmax) en Area Under the Curve (AUC).
  • Farmacodynamiek (PD)-studies moeten aantonen dat beide insulines gelijkwaardige effecten in het lichaam veroorzaken. Om dit te onderzoeken krijgen proefpersonen zowel glucose als insuline. Hiermee wordt onderzocht in hoeverre de biosimilar en het origineel op dezelfde manier de glucosehuishouding reguleren.
  • Veiligheidsstudies moeten aantonen dat er geen verschillen zijn in ongewenste effecten, waarbij het met name om immunogeniciteit gaat (EMA, 2015).

Verder voeren veel fabrikanten naast deze studies ook onderzoek uit naar de effecten van beide insulines op het HbA1c. Noodzakelijk is dit echter niet, omdat met name de PD-studies de effecten van het insuline beter voorspellen (EMA, 2015). Bij meer complexe biologische geneesmiddelen, zoals monoklonale antilichamen, zijn klinische studies met klinische eindpunten vaak wel vereist (EMA, 2017).

Tot slot moet een fabrikant een Risk Management Plan aanleveren. In dit plan beschrijft de fabrikant de mogelijke risico's van de biosimilar. Ook licht de fabrikant toe hoe ze deze risico's blijven monitoren (EMA, 2015).

 

Welke plaats hebben biosimilars in de behandeling van patiënten?

Biosimilars zijn gelijkwaardig aan het originele geneesmiddel. Daarom is er voor patiënten die niet eerder een biologisch geneesmiddel hebben gebruikt, geen voorkeur voor het originele geneesmiddel of de biosimilar. Patiënten die al een biologisch geneesmiddel gebruiken, kunnen onder voorwaarden ook omgezet worden naar een biosimilar. Dit gebeurt altijd in overleg tussen arts en patiënt. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beschrijft de voorwaarden voor omzetten:

  • De zorgverlener moet ongecontroleerde uitwisseling tussen het originele geneesmiddel en de biosimilar vermijden. Bij uitwisseling tussen biologische geneesmiddelen moet de zorgverlener adequaat de klinische situatie monitoren en de patiënt duidelijke instructies geven.
  • De zorgverlener moet in het patiëntdossier het product en de batch van het biologische geneesmiddel vastleggen. Als er problemen ontstaan, zijn de biologische geneesmiddelen te traceren (CBG, 2015).

 

Tot slot

Wist u dat:

  • Een biosimilar veel uitgebreider onderzocht is dan een generiek geneesmiddel? Een generiek geneesmiddel mag op de markt komen als de chemische structuur gelijk is aan het originele middel en als de farmacokinetiek vergelijkbaar is.
  • Een origineel biologisch product ook niet altijd precies dezelfde chemische samenstelling heeft? Insuline glargine (Lantus®) in de Verenigde Staten is anders dan insuline glargine in Europa. En de ene batch van een biologisch middel kan weer anders zijn dan een andere batch, ook al is het van dezelfde fabrikant.
  • Biosimilars ruim 10 jaar op de markt zijn en er nog niet één keer een verschil in veiligheid tussen het originele geneesmiddel en de biosimilar is vastgesteld? Ook is er nog nooit een biosimilar van de markt gehaald vanwege zorgen over de veiligheid (EMA, 2017)

 

Literatuur

  • EMA. Guideline on non-clinical and clinical development of similar biological medicinal products containing recombinant human insulin and insulin analogues. 26 februari 2015.
  • CBG. Standpunt CBG over voorschrijven van ‘biosimilars'. 31 maart 2015.
  • CBG. Vragen en antwoorden over biologische geneesmiddelen - uitgebreide versie. 8 april 2016.
  • EMA. Biosimilars in the EU; Information guide for healthcare professionals. 2017. 

Discussie